Wout van het zout

zout

Het alarm op mijn telefoontje gaat bij mij altijd om 05.00uur
Om kwart voor zes zit ik dan in de auto.
Dan is het nog dónker .
Aárde-donker én iedereen slaapt nóg.
Althans zó lijkt het!
Ik vind mezelf télkens weer verschrikkelijk zielig, want zó vroeg opstaan went nóóit.
En is voor iemand als ik die zijn warme bed adoreert net zo erg als een likdoorn op je teen wanneer je de Avondvierdaagse moet lopen.
Maar enfin,als je moet werken,móet je werken, en dat is ook meteen de enige reden dat ik zo vroeg uit bed wil komen.
Werk óf voor chocola.
Anders blijf ik héél graag liggen.
Tot voor kort vond ik mezelf op dit soort momenten nog veel zieliger.
Stond ik tegen de douchekop te mopperen omdat ik vond dat ik op dat tijdstip niet in die douche hoorde te staan
Maar dat ik gewoon zoals iedereen heerlijk warm verstopt hoorde te liggen onder mijn zálige dekbed.
Maar inmiddels heb ik een truc bedacht om beter uit bed te komen.
Elke keer wanneer ik chagrijnig mijn alarm-functie uitzet, denk ik aan Wout.
Wout heb ik zelf verzonnen.
Wout zit namelijk ,de laatste tijd, op het zelfde tijdstip als ik op de weg.
Weliswaar niet in zijn eigen auto,maar op z’n wagen.
Een wagen mét zóut.
Hij werkt namelijk bij de gemeente.
Wout is een beer van een kerel met een baardje van een week.
Hij heeft zo’n hele grote oranje jas met van die fluorescerende stukken.
Als hij dienst heeft, zet hij rond vijven de wekker.
Zijn vrouw, die Truus heet, ligt niet naast hem.
Ze snurkt te hard,daarom mag ze op de logeerkamer.
Als Wout weg gaat brengt hij haar altijd nog een kus
‘Werk ze,schatje’, mompelt Truus dan,doe je voorzichtig?”
Wout hijst zich dan in zijn knáloranje waterafstotende werkbroek, gooit een lik gel in z’n haar en pakt zijn gesmeerde boterhammen uit de koelkast.
En dan rijdt Wout in z’n oude eengezinswoning – want in mijn fantasie heeft hij die -van zijn eengezinswoning naar zijn wagen
En dan zit hij de hele nacht in zijn zout- wagen.
Zodat ik de volgende dag een stuk minder glad wegdek heb.
En weer veilig op mijn werk aan kom.
Om de gehele Gorkumse bevolking van brood te voorzien.
Dus je begrijpt het ál ,tegenwoordig wanneer ik nog half slaperig de ham-kaas croissantjes in de oven schuif ,dan denk ik aan Wout én zijn collega’s.
Ja,précies,aan die mensen denk ik wanneer ik ‘s ochtends vroeg mijn bed niet uit wil.
Dat het allemaal veel erger kan.
Dat ik in ieder geval niet om zes uur ‘s ochtends in mijn fluorescerende tuinbroek in een zout-wagen hoef te zitten.
Maar bij een warme oven mag staan.
Ik bedenk me ineens dat Wout na zijn dienst best een warm ham-kaascroissantje bij me mag komen halen.
Als dank…
Of om zijn Truus mee te verassen.
Als hij in zijn vrije weekend eindelijk samen met haar ontbijt…

OVIEBOLLEN???!!!

zelf_oliebollen_bakken

Vanmorgen was ik met mijn gedachten weer even terug in de tijd.
De tijd dat ik een klein meisje was en papa traditioneel op Oudejaarsdag oliebollen stond te bakken in de keuken.Met een ijslepel liet papa elk hoopje beslag zorgvuldig in de pan glijden.
Even terug in de jaren tachtig zie ik nog de emmer met oliebollen-beslag met een vochtige theedoek erover voor de kachel staan.
Want het beslag moest goed rijzen. Daar werden ze het lekkerst van.
Om vervolgens een paar uur later samen met mijn moeder en zus aan de tafel de eerste oliebollen ‘te keuren’ bij een kopje thee.
Het gepruttel van de bollen in het vet , de grammofoonplaat die kerstliedjes liet klinken en die oliebollengeur die nog dagenlang in huis hing; pure nostalgie!
En hoe dat nu kwam, die herinnering vanmorgen, dat kwam zó :

Toen ik vanmorgen achteloos door mijn supermarkt liep kwam ik ze tegen : OVIEBollen!
Nee, dit is geen typefout, je leest het goed: Oviebollen!
Iedereen die liever geen friteuse gebruikt of geen friteuse heeft, kan vanaf nu met Oud & Nieuw een schaal Oviebollen op tafel zetten.
Je bakt de Oviebollen in een muffinvorm(!) in de oven, staat er op de voorkant van het pak.
Neem me niet kwalijk, maar als ik zoiets zie bekruipt mij een weemoedig gevoel.
Want ineens ben ik bang dat over een aantal jaren de échte oliebol gaat verdwijnen.
Wég sfeer, wég nostalgie.
Simpelweg omdat de moderne mensch niet meer zit te wachten op ‘olie’ en op ‘bol’
Maar één ding moet je met me eens zijn:
Een oliebol die gebakken is in de oven in een heuse muffinvorm is toch geen oliebol?
Dat is een muffin die naar oliebol smaakt.
Een klein cakeje met krentjes die ‘naast een oliebol heeft gelegen’.
Dus dit riekt naar bedrog, fake, imitatie en misleiding.
Een oliebol heet niet voor niks olie-bol.
Die hoort in de olie en die hóórt ból.
Oók al walg je van olie en van ‘bol’, dan neem je een cracker met 20+ kaas of een wortel met Oud en Nieuw.
Maar ga niet aan die oliebol zitten klooien om deze ‘gezonder’ te laten lijken.
Nog even en we eten appels zonder beignets op Oudjaarsdag….

Afgekat

PicMonkey Collage.jpg

Zoals je weet bestaan er verschillende gradaties van angst.
Je hebt angst met een kleine letter, Angst met een Hoofdletter en ANGST met alléén maar hoofdletters.
Die laatste kun je gerust panisch noemen.
En van die laatste heb ik behoorlijk last als ik – op minder dan een meter – geconfronteerd word met een poes…ja, je leest het goed: een kat!
Waar menigéén dit beestje ziet als ideaal huisdiertje zie ik dit beestje als een mini-versie van een tijger,een roofdier in zakformaat,een monster.
Toegegeven: Ik ben geen held.
Oké, ik ben gewoon een bangerd,een watje, een angsthaas en een schijtlijster.
En ik ben er niet trots op, maar ik schaam me er ook niet voor.
Soms moet je gewoon accepteren dat je nooit vooraan in het leger zal staan.
Daar kan ik best mee leven.
Maar als ik dan ineens op een onverwachts moment geconfronteerd word met rampspoed of gevaar (lees: een kat) dan heb ik ook écht een probleem.
Want m’n hoofd wil op zo’n moment heldhaftig zijn , maar m’n lichaam lijkt op zo’n moment bevroren .

Het was tegen zessen vanmiddag.
Ik had net genoten van een heerlijke walnoot/geitenkaassalade en de mooie blauwe wolkenlucht in m’n tuin, toen ik besloot naar binnen te gaan voor het 6 uur journaal.
Ik plofte op de bank en terwijl ik wat stukjes walnoot uit m’n kiezen peuterde ,vertelde Annechien over de muggenplaag in Nederland.
Terwijl ik aandachtig luisterde hoorde ik ineens voetstappen op de trap en ik dacht nog even dat het bij de buren was.
Maar toen hoorde ik getrippel boven me.
En dan weet je gewoon in a split second dat je niet meer alleen in huis bent en dat er gevaar dreigt. Groot gevaar.
Ik liep met het zweet op m’n voorhoofd in slow-motion richting de trap in de hal en bad of er alsjeblieft een vilten muis bij de achterdeur
zou opdoemen,zodat de mini-tijger recht op zijn prooi en tevens de nooduitgang zou afstevenen.
Toen ik bijna op de plek des onheils was doemde er ineens de kop van een zwart wit monstertje om de hoek op.
“Kssstttt..kstttt’, riep ik in pure paniek en wees naar de achterdeur, wég jíj! ”
Echt, het moet er heel sneu hebben uitgezien.
En het is een wonder dat ik indruk op ‘m maakte.
Want ik voelde m’n lip trillen en m’n hart bonzen. Maar hij gíng!
Snel deed ik de deur dicht en ik zag het monster de bosjes invluchten.
Ik slaakte een bevrijdende zucht.
Ik? Geen held? Mwah….

Briljant

350f3fA96LydFzzSq

“Jah…die is leuk!!!”
” Haha…je lijkt Carrie Slee wel!”, lacht m’n zus als ik een felblauw montuur opzet.
We staan met z’n vieren bij Hans Anders: m’n twee broers , m’n zus en ik.
Achter een wand met tientallen monturen en twee spiegels hebben we de grootste lol.
Een fikse regenbui heeft ons zojuist naar binnen gelokt.
De braderie in het centrum van Emmen was aanvankelijk het doel van deze middag ‘familie-bij-elkaar’.
Maar geloof me, regen en braderieën zijn geen goede combinatie.
Dus schuilen we bij de eerste beste winkel die we tegen komen : Hans Anders.
En doen we wat iedereen doet.
Althans, als er brillen in de buurt zijn en je toch moet wachten.
Juist! Even brillen passen.
Gewoon voor de ‘leuk’. En om de regenbui af te wachten.
Met z’n vieren nemen we het hele kunststof monturen-rek in bezit en graaien de één na de andere bril van z’n plek.
“Kijk!” M’n oudste broer pakt een ziekenfondsbril van het rek.
Met een grote grijns loopt hij richting spiegel.
“VER-SCHRIK-KE-LIJK! lach ik, zó ben je net Balkenende van vijf jaar terug!”
Maar als ik mezelf in de spiegel bekijk metamorfoseer ik zelf oók in een split -second van Dame Edna in Nana Mouskouri.
Na een hoop gegiechel en veel brillen later is het buiten inmiddels opgehouden met regenen
“Zullen we weer?’, hoor ik mijn broertje vragen, het is weer droog,hoor!”
Ik zet het excentrieke vlindermontuur ,wat ik op mn neus heb, weer terug in het rek en wil m’n eigen bril pakken.
Maar wat schetst m’n verbazing?
M’n bril ligt er niet meer!! Niks,Nada,Noppes..
De steriele witte plank die net zojuist nog vol met brillen lag is leeg.
En dan raak ik in paniek.
Want ik zie niet veel zónder,bril maar genóeg om te zien dat er echt niks ligt waar wel iets hóórt te liggen.
“Wacht ff hoor”, probeer ik nog quasi rustig.
Maar m’n zus ziet meteen aan de angstige blik in m’n ogen dat er iets serieus mis is.
“Je bril?”, vraagt ze meteen,waar is ‘tie? ”
Ik haal m’n schouders op en kijk verward om me heen
Alsof ik op dat moment iemand heterdaad kan betrappen op het stelen van mijn bril.
En mompel iets onnozels als: hij is weg.. écht, hij is weg…
Ik hoor mezelf nerveus lachen.
“Joóóóóoh gékkie ..doet m’n zus hysterisch..hoe kán dat nou?”
Haar ogen gaan pijlsnel langs het rek met brillen.
Vraag zoiets nóóit aan mij. Hoe zoiets kán.
Zussie zou béter moeten weten.
Ze kent me langer dan vandaag en weet inmiddels dat álles kán bij mij. Zélfs het onmogelijke.
Maar dat geheel terzijde.
“Hij moet hier tussen staan!, probeer ik haar en mezelf te overtuigen.
Ik heb ‘m per ongeluk ergens tussen gezet natúúrlijk!”
Natúúrlijk óók!
Kijk ,één ding: Je moet je eigen lompheid altijd ‘NATUURLIJK’ noemen, nóóit lomp.
Dan kom je tenminste nog nét iets snuggerder over.
Feit blijft dat ik me én stóm én dom voel en dat ik ook ineens mieters goed door heb wat het woord ‘blindstaren’ in al z’n volheid inhoud.
Want je bril zóeken zónder bril is het zelfde als de juiste Chinees van jouw afhaalrestaurant zoeken in een rijtje met tien andere Chinezen.
Een bijna onmogelijke taak,want ze lijken allemaal op elkaar!
“Is deez’ het? Zus wijst naar een bril. “Kijk eens goed!
Op zo’n moment hoop ik op net zo’n wonderbaarlijke genezing als de blinde man te Jericho.
Ik voel me hulpeloos en knijp m’n ogen tot spleetjes. “Hij móet bruin zijn”,geef ik zuslief als aanwijzing.
Ze pakt er één uit het rek,maar als ze de bril vlák voor m’n neus houd zie ik dat het ‘m niet is.
Ik duw m’n gezicht bijna IN het rek en dan ineens zie ik een montuur wat ‘erg op mijn bril lijkt’.
“Volgens mij is dit ‘m!” Ik graai het montuur twijfelend uit het rek en bekijk ‘m kritisch.
“Maar hij glimt wél…”, zeg ik.
“Nee,maar dat is ‘m ,hoor ,wijst Zus, want kíjk!, daar zit glas in,dúh! ”
Ik zet het montuur op en kijk haar aan met een gelukzalige blik alsof Gaston me net verteld heeft dat ik de straatprijs heb gewonnen.
Samen lopen we naar buiten.
“Wat was dat nou?,”vraagt m’n broertje ,die inmiddels al weer buiten staat.
Ik haal m’n schouders op.
“Niks joh,”doe ik nonchalant,ál die brillen……ijsje halen?”

Lekker ná de wekker….

250px-Autoradio_met_mp3

Ik hou van gezelschap. Let wél: gezellig geschapen mensen dan.
Chagerijnige en ongezellige schepsels mogen van mij thuis blijven. Alsjeblieft zélfs.
Daar heb ik niks mee,want ze doen niks. Met mijn humeur dan . Behalve irritaties oproepen.
En daar word ik zélf dan weer niet zo’n gezellig gezelschap van.
Daarom omring ik me graag met mensen die mijn leven een stuk aangenamer maken.
Door mij te laten hinneken van het lachen, door hun lieve aandacht of door hun geniale humor .
Die mensen zijn meteen ook de dierbaarste mensen uit mijn leven.
Mensen waarvóór en waardóór ik leef en die ik het liefst heel dichtbij me heb.
Maar helaas zijn die mensen niet altijd 24 /7 bereikbaar en beschikbaar.
Simpelweg om het feit dat m’n Lief óók gewoon werkt of nog slaapt als ik vertrek.
En hij niet in mijn handtas past (ook al heb ik handtassen als bagagekoffers)
En helaas geen klitteband-pak draagt ,zoals in een tv -reclame.
En datzelfde geldt voor mama,zuslief, vriendin en alle andere dierbaren.
Dat is nu eenmaal zo,die dingen kan ik best begrijpen en accepteren.
Maar daarom zoek ik graag naar een alternatief.
Qua luisterend oor,een lach én gezelligheid.
Zodat ik me tóch niet geheel gezelschaps-loos voel als Lief en Dierbaar niet binnen handbereik zijn.
En thank God, dat alternatief heb ik voor de vroege ochtenduren gevonden.
Namelijk de autoradio! En dat vind ik een uitvinding!
Want zodra ik ’s ochtends in m’n autootje stap en m’n radio aanzet,ben ik ineens niet meer alleen.
Dan carpoolen er maar liefst drie mannen met me mee.
Eén op de bijrijdersstoel en twee op de achterbank. Leuke,gezellige mannen.
Niet zo leuk als mijn eigen man natuurlijk,maar ze komen in de buurt.
En zijn zéker voor de time-being goede stand-inns voor mijn eigen hubbie.
M’n kleine autootje zit meteen vol met die drie mannen.Maar da’s niet erg.
Want ik heb een plezier met ze! Ze kletsen de oren van m’n hoofd,maar ik geniet.
Zodra ik ga zitten en met mijn nog duffe hoofd op het klokje van mijn auto 05.45 uur zie staan
word ik verwelkomd met een “Hartelijk góedemorgen op dit belachelijke tijdstip! ”
En dan zucht ik eens diep,wrijf de slaap uit mijn ogen en lach: “Goedemorgen mánnen! Vroeg hé?”
Terwijl ik dan de straat uit rijd, vertellen ze me één voor één hoe hun ‘gisterenavond’ was,wat ze op tevee hebben gezien en
wat ze ervan vonden.
Ze vertellen me wat de weersverwachtingen zijn van die dag, het belangrijkste nieuws, of ik nog in de file kom én
bellen met andere vroege vogels. Die ook al wakker zijn.
Regelmatig hoor ik mezelf lachen en “Ow já hoorrr…!”gniffelen om hun stoere mannenhumor en hun flauwe grappen.
Maar langzaam maar zeker word ik dan wakker.
En zie ik de zon opkomen. En voel ik beetje bij beetje weer energie opkomen om aan een nieuwe werkdag te beginnen.
Na zo’n half uur gezelligheid tijdens het rijden is daar de parkeerplaats én tevens het afscheid.
Soms best balen als je zo lekker aan ’t kletsen bent.Maar zíj en ik moeten er dan toch echt uit.
Verplichtingen noem ik het maar. En dan is het ineens stil en zijn ze weg.
“Dág mannen, werkze!, roep ik hen dan nog na, als ik m’n deur afsluit, tot morgen!”

Alie van de servicebalie

DSC_32081
Het was op een doodgewone zaterdagmiddag in Breda.
Bij de klantenservice van de Mediamarkt.
Dat ik me af vroeg: Wáárom én waarvóor en altijd bij mij?
Manlief vroeg me mee. Samen met een defecte fotocamera. Voor de gezelligheid.
En voor een reparatie. Zoals je begrijpt. Ja,van die camera. En IK voor de gezelligheid. Uiteraard.
Nu dacht ik altijd dat er bij die klantenservice alleen defecte artikelen voor reparatie aangeboden werden.
Van kapotte koffiezetapparaten tot niet werkende stofzuigers. Zou je denken. Dat dacht ik ook.
Tot die bewuste middag. Sinds die ene zaterdag, geloof me, ben ik ineens heel ruimdenkend.
Qua reparatie, loszittende schroefjes en ingewikkelde technische mankementen dan .
Hubbie en ik kwamen binnen en we waren duidelijk niet de enige die service bij de balie wilde.
Bij een grote zuil trokken we een nummertje.
Er waren nog zo’n vijf wachtende voor ons,zei het nummertje.
Maar dat was geen probleem. We hadden tijd én er stonden stoelen.
Acht. Of beter gezegd één. De rest was bezet.
Lief wees naar de stoel. “Ga jij maar “,wees hij.
Ik zat nog geen vijf seconden,toen er naast mij ineens iets begon te praten.
“Goedemiddag mevrouw”,zei hij uiterst vriendelijk.
Ik keek in het gezicht van een onverzorgde man.
Zijn sluike vette haar hing in slierten om zijn gezicht. Zijn gezicht was ruw en rood.
Een alcoholwalm kwam uit zijn mond.
Laat ik zeggen: Het was een Bijzonder Exemplaar.
Even dacht ik nog dat ik te maken had met een gezellige Bourgondische Brabander die een lange nacht had gehad.
Maar al snel bleek dat ik had plaats genomen naast één of andere coke snuivende zwerver met een groot drankprobleem en hersenletsel.
En begrijp me niet verkeerd. Ik respecteer ieder schepsel. Zoals het hoort en móet van m’n moeder. Maar ,dan wél tot op zekere hoogte.
Want als je in één kwartier,die overigens een uur leek te duren, een monoloog van Het Exemplaar krijgt over de Tweede Wereldoorlog,
premier Rutten en buurvrouw Sjaan die is vreemdgegaan.
Plus zélfs details van z’n ex uit Suriname met de daarbijbehorende héle rest aan sappige informatie.
Geloof me, dan is dat respect ineens net zo snel verdwenen als een reep chocola in m’n menstruatie-week.
Maar ik ben een goede actrice-let wél; alleen als het me uitkomt, dus ik deed m’n stinkende best geintereseerd te lijken.
Ik zat tenslotte bij de MEDIAmarkt: MeelevenEnDoorbijtenIsAlles wat je moet doen, hield ik mezelf voor.
Vanuit m’n ooghoeken zag ik manlief al schalks kijken en met z’n ogen draaien.
En glimlachen . Dat óók. Want m’n hubbie was natuurlijk zielsgelukkig dat IK het Lijdend Voorwerp was en niet HIJ!
Lief heeft namelijk een behoorlijke werkervaring met mensen in zo’n zelfde soort categorie.
Die had allang gezien dat hij ‘that moment before’ kon gebruiken om galant te lijken en me die stoel aan te wijzen.
En ik was er wéér ingetrapt. Volledig!
Nadat ik had geprobeerd de beste man te negeren en vooral niet naar het misselijkmakend snotje aan z’n neus
te kijken riep Alie-van-de-servicebalie ons eindelijk naar zich toe.
Ik moet een sprint getrokken hebben al was ik Nellie Cooman in haar hoogtijdagen, zó blíj was ik.
Maar je raad het al….Het Exemplaar kwam ook van zijn stoel! En geloof het of niet, hij blééf práten!
Ondertussen pakte Alie onze fotocamera en onderwierp deze aan een kritsche blik.
Ze had duidelijk verstand van ingewikkelde zaken.
Het was maar goed dat manlief zijn concentratie bij het fototoestel hield.
Want ik bleef alleen maar angstig achterom kijken.
Bang dat Exemplaar ineens uit zou vallen met een snerend : “Je luistert niet !”
“Ik kom zo bij u ,meneer, zei Alie, toen ze zag dat Exemplaar bijna in onze nek stond te hijgen.
Exemplaar wuifde met z’n handen.
“Geen probleem,hoorde ik ‘m zeggen ..ik heb alle respect voor die mensen hier voor mij ..ik wacht zoals het hoort..écht waar!”
Hij snoof het snotje op en herhaalde zijn woorden minstens nog vijf keer .
Rustig zitten was geen optie, ijsberen achter ons destemeer.
En terwijl ik keek hoe Alie ons reparatieverzoek intikte op de computer kreeg ik tóch even een rare kronkel in m’n buik.
Ik voelde iets van medelijden met deze man ,maar ook irritatie. Zelfs een klein beetje angst.
En bedacht me: Waar begint en eindigd respect eigenlijk? En is dat aan de persoon gebonden?
Ik kwam er niet uit. Ik ben daar ook niet goed in.
Misschien moet ik het aan Alie vragen.
Zij heeft tenminste verstand van ingewikkelde dingen………..

Pechvogel

angry-birds.jpg

Hoe heerlijk is het als je ‘sochtends eens een keer NIET word gewekt door dat irritante alarmpje van je telefoon.
Maar gewoon heel rustig door het getjilp van een paar vrolijke vogels.
Die één héél muzikaal zijn én twee géén ochtendhumeur hebben.
Ik zal je vertellen, ik word daar persoonlijk heel vrolijk van.
Niet dat ik meteen naast m’n bed sta,m’n raam openzwiep en roep: “Bedankt jongens!’
Maar ik krijg er toch altijd een beetje een gelukzalig gevoel bij.
En ,geloof het of niet, zo is het volgens mij ook ooit bedoeld door onze lieve Heer.
Rustig ontwaken zonder een verschrikkelijk alarm nét naast je oor.
Daar word namelijk geen mens vrolijk van.
Maar dat even terzijde. Terug naar de vogels.
Hoewel ik tot voor kort enorm gelukkig werd van vogels in de vroege ochtend, is dat, in een relatief korte periode drastisch veranderd.
En ik zal je vertellen hoe dat komt.
Sinds kort heb ik naast mij ,rechts van de broodafdeling op nog geen meter afstand, zingende vogels.
Gezellig, denk je misschien. Dat zou ik ook denken als ik jou was. Maar niks is minder waar.
Het zou de hemel moeten zijn voor mij, maar de hel komt er dichterbij.
Eén of andere lieve meneer of mevrouw bij het hoofdkantoor van de Plus heeft
het geniale idee bedacht om in onze supermarkt, bij 15 euro boodschappen vogels te sparen.
En dat zijn geen vrolijke vogels in een schattig kooitje met bloemetjes en vlinders en ander schattigs uit de natuur.
Nee,dat zijn zogenaamde Angry Birds.
Vogels in allerlei kleuren met wenkbrauwen,waar Ruud Lubbers zijn wenkbrauwen nog van optrekt.
En ze kijken allerminst vrolijk, maar goed, ze heten niet voor niks ‘angry’
Geen mens kijkt tenslotte blij als ‘tie angry is. En ze zingen. Voor mij.
En, oké, ook een beetje voor mijn collega’s .
Héél fanatiek. De héle dág.
Van ‘sochtends 06.30 uur tot ‘savonds 17.00 uur (!),als ik weer naar huis ga.
Elke vijf minuten hetzelfde liedje. ELKE VIJF MINUTEN!!!
Alsof er een enthousiaste peuter in hun oor fluistert : “Nog een keertje..nog een keertje”
En dat snap ik nog. Dat die peuter-klantjes het prachtig vinden en zich in de Efteling wanen.
Maar die peuter is met een half uur met zijn boodschappen ..(én zijn moeder uiteraard),weer naar huis.
Maar die Angry Birds laat ‘tie, hoe ik tevergeefs óók sméék ze mee te nemen,
bij MIJ !!
En ik ben geen peuter meer en ik haat herhalingen in versjes en liedjes.
(ook al ben ik tegenwoordig evangelisch én zou ik voorstander moeten zijn)
Kijk , en daar gaat het mis!
Want ik hou van muziek en een leuk deuntje op z’n tijd kan ik best waarderen.
Maar de hele dag!! Die herhaling!!
Het is een daverend succes. Die actie dan. Bij de jeugd. Ze verdringen zich bij de deur en vechten om zo’n chagerijnige vogel.
Maar ik tél de dagen af.
En ik droom nu al van die dag. Dat ik op een ochtend binnen kom.
En dat de vogels gevlogen zijn….